Jij zoekt. Wij vinden.

Het beloofde land

 

Regine Hilhorst schrijft in haar gedicht ‘Ik was als jij’:

‘Ik was als jij. Gewoon blij.

Nu ben ik een tas met kleren.

Ik kan niet terug.

Ik vlucht steeds weer voor het gillend gefluit.

Dat ogenblik.

Ik wilde nog zeggen hoeveel ik was als jij.

Gewoon blij’

Nederland is gastvrij. Voor toeristen, maar ook voor asielzoekers en vluchtelingen. We zien mensonterende taferelen, hartverscheurende foto’s. En dat alleen maar omdat door het ‘het gillend gefluit’ mensen hals-over-de-kop huis en haard hebben moeten verlaten.

Ze zijn op zoek naar veiligheid, een dak boven hun hoofd en een beetje warmte. Op zoek naar het beloofde land?

De ontvangst varieert van de spreekwoordelijke open armen tot diepgewortelde haat. Van spandoeken met ‘welkom’ tot aanslagen op opvangcentra. Van kledinginzamelingen tot blokkades.

Arnon Grunberg schreef: ‘misschien moeten sommige Europeanen even wennen aan de gedachte dat ook zij in het beloofde land wonen’. Hij heeft gelijk.

Wij hebben de mazzel dat we toevallig in een veilige, politiek-stabiele, beschaafde regio zijn geboren. Daar hebben we niets voor hoeven doen. We leven hier gewoon.

Wij kunnen over alles een mening hebben. En deze ook zonder gevaar verkondigen. We worden er niet voor vervolgd, vermoord of weggejaagd. Of we nu vóór of tegen zijn.

Wij hebben de luxe om te gaan en te staan waar we willen. Veilig, zonder discussie, gedoe en onveiligheid. Wij hebben keuzes, vrijheid én een toekomst.

Over het beloofde land gesproken…

Wij mogen niet mopperen…